‘Uiteindelijk gaat de jeugd het van ons overnemen’, zegt senior-supervisor Henk Meesen (65). ‘Maar daar moeten we wel een inspanning voor leveren. Zelf opleiden is niet de makkelijkste weg, maar wel de leukste èn de beste vinden wij.’

Tieleman Transport is opgericht in 1922 en gespecialiseerd in fijnmazige distributie in Nederland, België, Duitsland en Frankrijk. Het bedrijf telt zo’n 75 wagens en 35.000 m2 magazijnruimte. Al meer dan dertig jaar is Tieleman Transport een leerbedrijf. Henk Meesen: ‘We zijn als familiebedrijf gericht op continuïteit en nauw verbonden met Zeeuws-Vlaanderen. Door zelf chauffeurs op te leiden, kunnen we iets extra’s betekenen voor de streek. En dat werkt goed. Van de tachtig chauffeurs die bij ons in dienst zijn, is zeker een dertigtal binnengekomen als leerling-werknemer. En bij collega’s in de buurt werken er nog wel vijftien die bij ons het vak hebben geleerd.’


Links - Henk Meesen , achteraan - Erik de Kesel (loodsbaas), rechts - Edward Tieleman, tussen de huidige leerlingen en 2 oud-leerlingen
 

Veelzijdige opleiding

In al die jaren is de methode van opleiden niet wezenlijk veranderd. Meesen: ‘In het eerste jaar leren ze omgaan met de veegmachine, pallets verzetten met een heftruck, de geheimen van orderpicking en de kunst van het laden en lossen. De meesten hebben na een jaar hun B-rijbewijs behaald en kunnen dan kleine zendingen gaan vervoeren met het busje of documenten naar de douane in Vlissingen brengen. Met het C-rijbewijs op zak gaan ze met een motorwagen op pad. Eerst in de buurt en geleidelijk steeds verder weg. Al doende leren ze de goederen kennen en hoe ze aan alle veiligheidseisen kunnen voldoen. Hebben ze eenmaal hun E achter C behaald, dan gaat het grote werk beginnen, altijd eerst in de buurt. Veiligheid staat in dit bedrijf voorop. Na verloop van tijd kunnen ze afhankelijk van hun interesse en leeftijd met de trekker-oplegger verder Europa in, of ze blijven in Nederland en België voor ons rijden. Een enkeling ziet het chauffeursvak na de opleiding toch niet zitten en vindt zijn toekomst bij ons in de loods. Ook mooi vinden wij, als ze hun draai maar vinden.’


Het goede spoor

Gemiddeld begeleidt Meesen een stuk of drie leerlingen. Dat doet hij samen met loodsbaas Erik de Kesel. En natuurlijk met de chauffeurs die de leerlingen het chauffeursvak bijbrengen. Meesen: ‘Erik houdt de zaken op de werkvloer in de gaten en begeleidt leerlingen in de loods. Ik doe de rest. Wat dat inhoudt? Toch vooral gesprekken voeren en werkopdrachten controleren. En de voortgang in de gaten houden. Ik zie ze elke dag wel even voorbijkomen en ik spreek ze allemaal regelmatig, al heeft de een nou eenmaal wat meer aandacht nodig dan de ander. Vaak zijn er dan problemen thuis of op school. Ik overleg regelmatig met STL en Scalda, de school waar de meeste leerlingen hun mbo-opleiding volgen. Samen houden we ze op het goede spoor en zorgen we ervoor dat ze hun diploma halen. En uiteindelijk doen ze dat ook allemaal. Ik heb het nog nooit meegemaakt dat een leerling-werknemer van Tieleman zijn school niet heeft afgemaakt.’


Weer verslapen

De extra aandacht die Meesen als het nodig is een leerling-werknemer geeft, neemt soms aparte vormen aan. Dat blijkt als hij vertelt over een leerling die maar nergens wilde slagen, tot hij bij Tieleman kwam. ‘Jongeren verslapen zich weleens, maar deze jongeman versliep zich iets te vaak. Toen ben ik hem op een ochtend zelf maar uit zijn bed gaan halen. Hoe? Nou gewoon erlangs en aanbellen, en de persoon in kwestie meenemen. Het was absoluut de moeite waarde. Hij heeft nu helemaal de Tieleman-mentaliteit en is een goede chauffeur geworden.’