Het werk van een melkrijder is niet te vergelijken met dat van bijvoorbeeld een distributiechauffeur. In het melktransport heersen nog de rust en het ritme van het platteland. Nieuwsgierig? Mart de Waard, een geboren melkrijder en eigenaar van Danmel Transport uit Oosthuizen, legt uit wat deze deelmarkt zo bijzonder maakt.


Melkrijder

Melkrijden is Mart de Waard (58) met de paplepel ingegoten. Zijn vader en twee oudere broers waren melkrijder. Zelf haalde hij ook jarenlang melk op bij de veehouders, naast zijn werk als bedrijfswagen-monteur. Tot een melkvervoerder hem de kans gaf zijn bedrijf over te nemen. ‘Daar ben ik hem nog dankbaar voor’, zegt Mart de Waard. ‘Ik heb het bedrijf toen Danmel genoemd, naar mijn kinderen Danielle en Melvin. Nee, die naam heeft dus niks met melk te maken.’ 


Mentaliteit begrijpen

Danmel bestaat inmiddels alweer veertien jaar. Het bedrijf rijdt met acht wagens, vijftien chauffeurs en drie oproepkrachten exclusief voor de Cono kaasfabriek. Daar wordt van melk uit de Beemster de wereldberoemde Beemster kaas gemaakt. Cono is een coöperatie, waarvan de veehouders eigenaar zijn. De Waard: ‘Als melkrijder is het belangrijk dat je goed met de veehouders overweg kunt en een beetje begrijpt hoe hier de mentaliteit is. Of het moeilijk is? Je rijdt op een tankwagen, dus heb je het CE-rijbewijs nodig. Verder is manoeuvreren belangrijk, maar ook dat valt te leren. Zwaar werk is het zeker niet. Laden en lossen gebeurt met een slang die een diameter van 70 mm heeft. Ik heb een chauffeur van 67 die het werk nog altijd fluitend doet. Dat zegt genoeg, denk ik.’


Ander ritme

Tijdens het gesprek keert één woord herhaaldelijk terug: rust. Volgens De Waard draait alles daarom in de RMO. ‘We werken op het platteland. Daar is het ritme anders dan in de stad. De wegen zijn vaak leeg, op de boerderij spreek je af en toe een veehouder en in de dorpen wordt op je gelet. Wanneer je daar als een kamikazepiloot doorheen dendert, gaat er meteen een belletje naar Cono. Voor chauffeurs die willen jakkeren en jagen, is er geen plaats in de RMO. Je moet rust in je lijf hebben en kalm je werk doen. Wat ook rust geeft in deze deelmarkt zijn de werktijden. Je weet precies, bijna tot op de minuut, wanneer je begint en wanneer het werk klaar is. Als je overdag rijdt, ben je ’s middags altijd op tijd thuis.’


Dag en nacht op de weg

Het werk in de Rijdende Melk Ontvangst gaat altijd door, want de kaasfabriek draait 24/7. ’s Nachts wordt er bij Danmel bijna even vaak gereden als overdag. In de weekenden en tijdens feestdagen zijn de wagens ook op de weg. Mart de Waard: ‘Daar moet je als RMO-chauffeur geen probleem mee hebben. Het is niet anders. Bij Danmel rijden de meeste chauffeurs overigens het liefst ’s nachts. Dat past beter in hun planning en het verdient ook meer. Persoonlijk maakt het mij niet uit wanneer ik rij. Ik geniet van de rust en de natuur om mij heen en vind dit het mooiste werk ter wereld.’