14 mei 2018

Chauffeur zijn is een ongezond beroep, zo merkte Bart (40) toen hij een aantal jaren geleden van leidekker overstapte naar een baan als chauffeur. ,,Van een lichamelijk intensieve baan als leidekker was ik overgegaan naar zittend werk als vrachtwagenchauffeur. Maar ik had mijn leefpatroon daar niet bij aangepast. Mijn lichaamsgewicht nam flink toe’’ 

Bart voelde zich prima, maar vulde bij wijze van grap in 2014 toch de inzetbaarheidscheck in van het Sectorinstituut. ,,Uit die check bleek dat ik toch niet zo gezond bezig was. Vooral mijn eetpatroon was aanleiding tot zorg: als ik zo zou doorgaan, was de kans groot dat ik problemen zou krijgen.’’ Bart maakte gebruik van de mogelijkheid een gesprek te hebben met een coach en stelde op grond van de adviezen die hij kreeg zijn leefstijl bij.

Veel prettiger

José van Lieshout van het Sectorinstituut vindt Bart een mooi voorbeeld van hoe je met een verandering van leefstijl je veel prettiger kunt gaan voelen. En daarmee je duurzame inzetbaarheid vergroten. In de wereld van het transport zijn er nogal wat factoren die de inzetbaarheid aantasten. Chauffeur zijn is lichamelijk zwaar werk, het is ook vaak heel ongeregeld werk, wat kan leiden tot stress en verstoring van het bioritme. Tegelijk heerst in het transport een mentaliteit van doorgaan en ‘niet moeilijk doen’. Maar als je niet lekker in je vel zit, neemt de kans op uitval fors toe.

Met uitval van een chauffeur is niemand gebaat. Zeker niet in een tijd dat het tekort aan chauffeurs steeds groter wordt. Met de inzetbaarheidscheck en persoonlijke begeleiding van chauffeurs probeert het Sectorinstituut dat te voorkomen. Wie de check invult, krijgt een rapport waaruit blijkt of hij een bepaald risico loopt. Dat kan te maken hebben met verkeerde eetgewoontes, roken, maar ook een verkeerd werkritme of een verkeerde werkhouding. Stress of mentale druk als gevolg van een slechte verhouding met de werkgever kunnen ook problemen opleveren.

Iemand die tot de risicogroep behoort, wordt uitgenodigd voor een gesprek. Dat is geheel gratis en vrijblijvend en vindt ook plaats zonder dat de werkgever ervan afweet. Als de chauffeur het wil, stelt de coach een vitaliteitstraject vast en heeft hij regelmatig contact met de chauffeur om de ontwikkeling te bespreken.

Privésituatie

Tijdens de gesprekken met de coach wordt er tegenwoordig ook op de privésituatie gelet. ,,Want je neemt altijd je privé mee naar je werk’’, aldus José van Lieshout. ,,Als je thuis ruzie hebt, en je bent in de vrachtauto lang onderweg, ga je zitten piekeren in de cabine. Dat levert risico’s op, want je bent met je hoofd niet volledig bij het verkeer.’’ Soms worden de spanningen thuis veroorzaakt door het werk: doordat de chauffeur te veel weg is en op onregelmatige tijden thuiskomt.
De coach kan ook kijken naar de financiële situatie. Ook in dit geval alleen als de chauffeur daar zelf mee instemt. ,,Als je met financiële problemen kampt, bijvoorbeeld door een scheiding, kan dat je werk beïnvloeden. Een dreigend loonbeslag levert aardig wat stress op: als het loonbeslag doorgaat, is de werkgever immers ook meteen op de hoogte. Mensen met stress hebben de neiging veel snoep en andere zoetigheid te gaan eten, waardoor ze er weer andere klachten bijkrijgen. Als je geen actie onderneemt, heb je kans in een neerwaartse spiraal te komen.

De coach van het Sectorinstituut kan helpen de situatie op orde te brengen en soms helpen een loonbeslag te voorkomen.’’

Eetpatroon

Bij Bart Simmer ging het vooral om zijn eetpatroon. ,,Ik was overgegaan naar voornamelijk zittend werk, maar ik nam nog wel steeds elke dag negen boterhammen met worst mee naar het werk. Doordat ik bij Kempen Transport nachtwerk ging doen, was mijn leven ook ongeregelder geworden. ’s Nachts zijn er weinig wegrestaurants open: in plaats van een goede maaltijd at ik in het begin veel tussendoortjes en snoepte ik veel en dronk ik energiedrankjes waar natuurlijk ook veel suiker in zit.’’ 

Op advies van de coach begon Bart gezonde boterhammen klaar te maken: met kipfilet, kruidenkaas en rucola. ,,Ik had nog nooit van rucola gehoord,’’ zegt hij. ,,Het is even wennen, maar tegenwoordig vind ik het leuk om zoveel mogelijk te variëren met fruit en groente. Om onderweg te snacken heb ik een komkommer, snoeptomaatjes en wat mueslirepen bij me. Na twee maanden was ik twee kilo kwijt en al met al ben ik nu acht kilo lichter dan toen ik met mijn andere eetpatroon begon. Aan de hand van het aantal calorieën die ik per dag nodig heb, bepaal ik wat ik meeneem. In plaats van energiedrankje drink ik water: zo’n drie liter per dag.’’

Tegelijkertijd met het aanpassen van zijn eetgewoonten is Bart ook meer gaan sporten. In verband met zijn werktijden was voetballen of lid worden van een sportschool niet zo handig. Daarom heeft hij het schuurtje in zijn tuin omgebouwd tot een soort fitnessruimte. Met een halterbank en een bokszak. ,,Ik train nu drie keer per week en kan het resultaat duidelijk merken in mijn conditie. Ik voel me een heel stuk fitter.’’

De inzetbaarheidscheck is hier te vinden.