Leon (42) zit al vanaf zijn achttiende in het transport. Hij reed stukgoed, scheepsproviand op het buitenland en met de tankwagen vloeibare levensmiddelen. Inmiddels werkt hij alweer zeventien jaar voor KLOK Containers in Rotterdam. ‘Toen mijn eerste kind op komst was, wilde ik niet langer op het buitenland rijden. Ik wilde die kleine zien opgroeien. Bij KLOK werd ik meteen aangenomen. Ik gaf mijzelf een jaar of twee. Want afval zou wel saai zijn, dacht ik, maar ik vind het zo leuk dat ik er ben gebleven.’


Wat is er zo leuk aan je werk?

‘Je komt overal, je opereert vaak in een dynamische omgeving, je bent eigen baas en je kan een hoop klanten tevreden stellen. Ja, ik voel mij een vrij man. Ik kan zelf mijn dag indelen en heb weinig last van wachttijden. Bovendien weet je dat je met het milieu goed bezig bent.’


Hoe vaak zit je achter het stuur?

‘Ik rij 200 tot 250 km op een dag. Dat is voor dit werk best veel, want doorgaans sta je meer naast je auto dan dat je aan het rijden bent.’


Hoe ziet je dag er gemiddeld uit?

‘Ik begin ’s ochtends tussen zes uur en half zeven. Meestal ga ik dan afvalcontainers bij raffinaderijen en containerterminals op de Maasvlakte wisselen. Soms werk ik op een andere locatie. Geen dag is eigenlijk hetzelfde. Na de eerste rit ben ik over het algemeen rond twaalf uur weer terug bij KLOK. Daar wordt het meeste afval gesorteerd, bewerkt en geschikt gemaakt voor hergebruik. ’s Middags doe ik nog een rit. Dat lijkt weinig, maar ik vervoer vaak wel acht of negen lege afvalcontainers tegelijk. Die moeten op de wagen worden gestapeld en er weer vanaf.  Daar ben je wel even mee bezig. Van een zeskuubcontainer, de een na kleinste, kan ik er zelfs vijftien meenemen. Dan ben ik bijna vier meter hoog. Nee, daar kan niks mee gebeuren. De boel zit goed vast met kettingen. Meestal ben ik rond half zes terug met een stuk of drie volle containers. Het storten duurt dan nog een uurtje.’


Op wat voor wagen rij je?

‘Een DAF CF met 400 pk en portaalarm. Het is mijn derde wagen bij KLOK, een automaat. Bijna iedere chauffeur heeft bij ons een vaste auto. Op mijn wagen zit een systeem, waardoor ik geen afdeknetten over de containers hoef te gooien. Ik maak de netten alleen maar vast. Verder is de wagen voorzien van allerlei veiligheidssystemen. Zo heb ik aan de zij- en achterkant camera’s en ook een fietsersverklikker. Dat geeft een goed gevoel.’


Afval, is dat eigenlijk schoon werk?

‘Grappige vraag. Nee, natuurlijk niet. Op bouwterreinen werk je vaak in de blubber. Dat blijft aan je schoenen zitten en aan je broekspijpen. En de netten die over de afvalcontainers gaan, zijn ook niet echt schoon. Ik vind dat niet erg. Toen ik op een tankwagen reed, had ik maar één vuile knie door het sluiten van de tankdeksel. Toch hou ik van dit werk. Mij maakt een beetje vuil niet uit.’


Is het fysiek zwaar werk?

‘Dat niet. Voor je lichaam is dit werk niet zwaar. Afvaltransport is vooral een hoop denkwerk. Je moet vaak op een kleine oppervlakte heel goed kunnen manoeuvreren, niet alleen op bouwterreinen maar ook bij particulieren in een straat. Een afvalcontainer plaatsen is soms echt centimeterwerk, niet alleen om de container neer te zetten, maar ook om je auto te positioneren. Ik vind dat nog steeds een uitdaging.’  


Welke opleidingen heb je gevolgd?

‘Ik heb het CE-rijbewijs en het VCA. Dat laatste is nodig om te worden toegelaten op de terreinen van raffinaderijen en bouwwerken. Alle overige kennis doe je in de praktijk op, ook het bedienen van een portaalarm. Meestal loop je eerst een paar weken mee met een ervaren chauffeur. Ja, je moet goed weten wat je vervoert, anders kom je in de problemen. Ik heb weleens een lading geweigerd. Dan ga je in overleg met de klant. Ook dat leer je in de praktijk.’


Tot slot, hoe zit het met je sociale leven?

‘Goed. Maar dat ligt ook aan mijn thuissituatie. Mijn vrouw kent het vak. Zij werkte zelf als chauffeur bij KLOK en haar vader is ook vrachtwagenchauffeur. Meestal eten we ’s avonds met het hele gezin, al lukt dat niet altijd. In principe ben ik de weekenden vrij. Ik heb twee paarden: een oude pony en een jong paard. Daar heb ik dan volop tijd voor. Mijn jongste zoon help ik altijd doordeweeks met zijn huiswerk en de kinderen kunnen mij altijd bellen. Dat is heel prettig in dit vak. En als ik bijvoorbeeld naar school moet voor een gesprek, is dat ook mogelijk. Daarmee wordt bij KLOK rekening gehouden.’