Als je iets wilt tillen, kun je dat op verschillende manieren doen. Een bekende techniek is die waarin je diep door je knieën gaat en met rechte rug tilt. Deze techniek is echter alleen geschikt voor bepaalde situaties. Toch kent bijna iedereen in de praktijk deze als de ‘beste’ techniek.

Op deze pagina laten we kennismaken met vijf verschillende tiltechnieken. De eerste die aan bod komt (licht gebogen knieën met een stap) is de meest wenselijke. Welke techniek je precies kiest, hangt echter vooral af van wat je moet tillen, en in welke situatie. Ook de manier waarop je tilt, is erg belangrijk. Daarom vind je achterin onze folder enkele praktische tiltips (zie download onder aan de pagina). Pas ze toe en je zult zien dat je werk een stuk gemakkelijker en gezonder wordt!

Vijf algemene belangrijke tips

Nóg belangrijker dan de juiste tiltechniek zijn de volgende vijf tips. Onthoud ze goed en je zult zien dat je werk gemakkelijker en gezonder wordt!

  • Til rustig.
  • Houd de last zo dicht mogelijk bij je lichaam.
  • Let op de plaatsing van je voeten en houd je rug recht.
  • Probeer een symmetrische werkhouding aan te nemen.
  • Als de vorige vier tips niet mogelijk zijn: til de last niet op, maar vraag hulp of gebruik hulp middelen.
 

Techniek 1: Licht gebogen knieën met stap

Buktechniek waarbij je je knieën licht buigt en je rug recht houdt. Je zet vervolgens een stap, zodat je voet naast de last komt te staan.

Effect

  • De extra stap die je zet, verkleint de belasting tijdens het tillen.
  • Daardoor wordt je rug minder belast.
  • Je belast je knieën niet zwaar.
  • Je haalt je kracht (mede) uit je (boven)benen.
  • Je rug kan niet ineens ‘omklappen’.

Soort last
Gebruik deze techniek voor lasten waar je gemakkelijk bij kunt. Zorg dat je voldoende grip hebt en dat de last niet te breed is. Tot slot moet er ruimte zijn voor de extra stap die je zet.
 

Techniek 2: Licht gebogen knieën

Buktechniek waarbij je je knieën licht buigt en je rug recht houdt.

Effect

  • Je belast je knieën niet zwaar.
  • Je haalt je kracht (mede) uit je (boven)benen.
  • Je rug kan niet ineens ‘omklappen’.

Soort last
Gebruik deze techniek voor lasten waar je gemakkelijk bij kunt. Zorg dat je voldoende grip hebt. De last mag niet te diep zijn, anders moet je te ver naar voren reiken.
 

Techniek 3: Met hefboombeen

Tiltechniek waarbij je je achterste been als hefboom gebruikt bij het optillen van de Last.

Effect

  • Door je hefboombeen hoef je minder kracht te zetten.
  • Je rug wordt minder belast.
  • Je rug kan niet ineens ‘omklappen’.
  • Je belast je knieën zo min mogelijk.
  • Je kunt verder reiken.

Soort last
Gebruik deze techniek voor Lasten waarbij je over een hindernis heen moet Leunen, bijvoorbeeld een doos uit een auto. Maar je kunt ook prima iets lichts van de vloer oprapen met deze techniek.
 

Techniek 4: Afsteunen met één hand

Tiltechniek waarbij je met één hand tilt en je andere hand als steun gebruikt.

Effect

  • Verdeling van het gewicht over meerdere steunvlakken.
  • Je rug kan niet ineens ‘omklappen’.
  • Je belast je knieën zo min mogelijk.
  • Nadeel van deze techniek is datje meer met je armen tilt. Met name met één hand, waardoor je je schouder eenzijdig belast of met gedraaide rug kunt werken.

Soort last
Gebruik deze techniek voor Lasten die je met één hand kunt optillen. Ze moeten dus voldoende grip hebben en niet te zwaar zijn.
 

Techniek 5: Diep door de knieën

Hurktechniek waarbij je diep door je knieën buigt en je rug recht houdt.

Effect

  • De kracht op je rug is klein. Het zwaartepunt van de Last wordt zo dicht mogelijk naar het zwaartepunt van je Lichaam gebracht.
  • Groot nadeel van deze techniek is dat je je knieën extra belast.

Soort last
Gebruik deze techniek met name voor kleine, zware Lasten met minder grip, die je dicht op je Lichaam moet dragen. Lasten die je maar één of een paar keer achter elkaar hoeft op te tillen.

Meer weten over tillen?